UBAKoninklijke Unie van de Belgische Zendamateurs vzw

slideshow 1

Photo: Couloir

Het nieuwe KB van 18 december 2009

Dit nieuwe Koninklijk besluit dat reeds jaren in de pipeline zat en door herhaalde regeringswissels in de schuiven bleef liggen is er eindelijk gekomen.

Laat me toe nog eens duidelijk te stellen in welke documenten de regelgeving betreffende de radioamateurs terug te vinden is:
  1. In de zogenaamde Wet betreffende de elektronische communicatie van 13 juni 2005, vroeger genoemd de telecomwet.
  2. In het nieuwe Koninklijke Besluit van 18 december 2009, dat in dit document verder in detail wordt toegelicht.
  3. In het Ministerieel Besluit van 9 januari 2001 betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs gewijzigd door het Ministerieel Besluit tot wijziging hiervan (1 januari 2005).
  4. Voorschriften van het Instituut (BIPT), die gepubliceerd zijn op de website van het Instituut.

Het nieuwe document dat op 30 december 2009 verschenen is in het Belgisch Staatsblad is een Koninklijk Besluit, en geen nieuwe "telecom-wet", zoals door sommigen verkeerdelijk werd gesteld in een document (van 30/12/2009) gericht aan een aantal radioamateurs. De benaming telecomwet wordt sinds 2005 niet meer gebruikt en de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie blijft van toepassing.

Het nieuw Koninklijk Besluit legt in het bijzonder de volgende punten vast:
  1. de bedragen van de rechten: dossierkosten en zogenaamde controletaks.
  2. de taken van het BIPT i.v.m. de radioamateurs.
  3. de taken van het NCS bij storingen door een privaat station en aan een privaat station.
  4. wie is vrijgesteld van een vergunning.

De bijzonderste nieuwigheid is het gelijk brengen van de recht van de controletaks voor de beide soorten vergunningen (HAREC-vergunning en basisvergunning). De basis van deze gelijkschakeling is dat de categorie van de basisvergunning zeker niet minder controlewerk vertegenwoordigd dan de categorie van de HAREC-vergunning. Het lijkt ons tevens een goede motivering voor onze ON3-vrienden om zo snel mogelijk een HAREC-vergunning te halen.

De kostenwijzigingen zijn als volgt:

Dossierkosten waren 33,3 €, wordt 31,75 (-5%).
Controletaksen:
Cat. A: (ON4-9) was 59,88 €, wordt 40.62 (-32%),
Cat. B: (ON1) was 45,00 €, wordt 40,62 (-10%),
Cat. C: (vroegere ON2, nu ON3) was 30,00 €, wordt 40.62 (+35%).

Er is vrijstelling van dossierkost bekomen niet alleen voor invaliden maar op vraag van de UBA eveneens voor 65-plussers.
Opgelet: rekening houdend met de coëfficiënt die verkregen wordt door het indexcijfer van de maand november 2009 bedraagt het jaarlijks recht voor 2010 43,10 (zie Art. 44 van dit KB).
Vermits de huidige ON1’s nu dezelfde controletaks zullen betalen als de ON4-9 stations, (taks die ca. 10% verlaagd is voor hen), zullen deze ook op de HF-banden mogen uitkomen. Ze zullen hiervan door het BIPT worden verwittigd.

Voorlopig blijft het Ministerieel Besluit van de radioamateurs (van 9 januari 2001) van toepassing. Sedert geruime tijd heeft de UBA een groot aantal vragen voor aanpassing van de reglementering, die nu in het nog geldende MB van de radioamateurs is opgenomen, aan te passen. Om deze aanpassingen mogelijk te maken, moest echter eerst dit KB aangepast worden, wat met deze is gebeurd.

We mogen nu dus uitkijken naar een nieuw document (waarschijnlijk ook een KB), dat het huidige MB zal vervangen. BIPT heeft verklaard dat het de bedoeling is dit allemaal rond te krijgen vóór einde 2010.

Enkele van de bijzonderste voorstellen die de UBA aan het BIPT heeft gericht in verband met dit nieuwe document zijn:
  1. Opnemen van aeronautische mobiele (AM) stations, toelating van het opereren als /AM en /MM mits de schriftelijke toelating van de kapitein van het luchtschip of het vaartuig.
  2. Het invoeren van twee vergunningen: de operatorvergunning en de stationsvergunning. Elkeen die slaagt in een examen krijgt een operatorvergunning die levenslag geldig is en één maal om de 5 jaar dient vernieuwd (aan zeer minimale kost). De houder van een operatorvergunning mag geen eigen station opzetten, maar wel verbindingen maken van op een clubstation of bij een vriend die een stationsvergunning heeft. Elke houder van een operatorvergunning kan een stationsvergunning aanvragen, om zijn eigen station te bouwen. Die stationsvergunning is de voorwaarde voor het betalen van de controletaks. Dit brengt mee dat (veelal oudere) radioamateurs die niet (meer) actief zijn hun call en operatorvergunning kunnen houden zonder de controletaks te moeten betalen!
  3. Invoeren van twee nieuwe categorieën stations: Op afstand bediend station - in eerste instantie bedoeld voor radioamateurs die in de stad wonen en een performant station willen opzetten in een omgeving met laag storingsniveau. Bediend automatisch station: om legaal je packet radio programma (en andere digitale programma's) de zender te laten aansturen, of om bvb. in APRS je station als node of internet gateway te laten functioneren.
  4. Niet-radioamateurs mogen uitzenden van uit een clubstation onder toezicht van een houder van een HAREC-vergunning, bvb. voor JOTA-contacten.
  5. Radioamateurs die herhaaldelijk dezelfde regels overtreden kunnen hun examencertificaat moeten inleveren, en opnieuw examen afleggen (zoals met het rijbewijs bij herhaaldelijke ernstige overtredingen).
  6. Specifieke richtlijnen voor tussenkomst van NCS in geval van storingen aan de ontvangst op de radioamateurbanden.
  7. Het voorzien van de mogelijkheid van het overnemen van een roepnaam zonder 5 jaar wachten mits akkoord van de vorige houder van de roepnaam.
  8. Het beter specificeren van de onderwerpen waarover de radioamateurs het in hun onderlinge boodschappen allemaal mogen over hebben.
  9. Het beter specificeren van hoe de radioamateur zich moet identificeren, dit vooral in verband met moderne digitale technieken (vb APRS).

We hopen u, zoals ons beloofd door het BIPT en op voorwaarde dat we niet steeds nieuwe regeringen krijgen, aan onze leden een goede nieuwe regelgeving voor de Belgische radioamateurs zullen kunnen melden als nieuwjaarsgeschenk voor einde 2010.

Ondertussen willen we je graag het nieuwe KB van 18 december 2009 (vandaag verschenen in het staatsblad) even in detail uitleggen.

73 en prettig Nieuwjaar,

John, ON4UN

Blazoen België

Het KB van 18 december 2009


Dit nieuwe KB verscheen in het Belgisch staatsblad van 30 december 2009. Dit vervangt het KB van 15 oktober 1979.

Omdat ook de KB’s meestal niet gemakkelijk leesbaar en verstaanbaar zijn voor een leek hebben we hieronder de artikels die belangrijk zijn voor de radioamateur uit het KB geïsoleerd. We hebben ook bij elk artikel een woordje uitleg geschreven om het wat beter verstaanbaar te maken. Deze uitleg staat in het blauw afgedrukt.

Art. 4. De vergunde private radionetten en vergunde private radiostations worden gerangschikt in een van de volgende categorieën, volgens hun bestemming en de wijze waarop zij werken:

5° 5e categorie: radiostations voor individuele opleiding, technische berichtenwisseling en studies, gebruikt door radioamateurs;


Ten opzichte van de definitie van de 5de categorie in het oude MB, is hier geen sprake meer van “zonder winstoogmerken”. We nemen aan dat dit verder in het komende KB van de radioamateurs zal worden benadrukt.
Het onderverdelen in drie secties (A, B en C) valt hier weg, omdat de rechten voor alle radioamateurs gelijk zijn geschakeld.

Art. 5. § 1. Alle zend- en/of ontvangtoestellen voldoen aan de technische voorschriften die het Instituut oplegt betreffende het gebruik van de radioapparatuur. Het Instituut publiceert deze voorschriften op zijn website.


Dit was in het oude KB opgenomen in art 4. Dit artikel maakt het mogelijk dat het BIPT technische regelgeving publiceert, zoals de methode voor het meten van het vermogen van een zender zoals tot nu gespecificeerd in de bijlage 7 van het huidige MB voor de radioamateurs.

Art. 5. § 3. Het gebruik van radiostations van de 5e categorie aan boord van een luchtvaartuig is verboden.


Vandaag is het dus niet toegelaten om vanuit een vliegtuig uit te zenden als radioamateur, noch als lid van de bemanning noch als passagier. Sedert geruime tijd heeft de UBA voorstellen geformuleerd aan het BIPT om ter zake veranderingen aan te brengen in de huidige regelgeving. Daartoe is voorgesteld dit verbod te laten vallen, en in het voor einde 2010 geplande nieuwe bijkomende KB voor de radioamateurs het achtervoegsel /AM te voorzien, en als voorwaarde te stellen dat aan boord van een vliegtuig (zowel als van een vaartuig) alleen radioamateur uitzendingen mogen gebeuren mits schriftelijke toelating van de kapitein.

Art. 7. De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar.
§ 3. De vergunning bevindt zich bestendig bij elk privaat radiostation of is er op aangebracht. Zij wordt getoond op elk verzoek van de bevoegde controleoverheden.
In geval van verlies, diefstal of beschadiging van de vergunning wordt daarvan aangifte gedaan bij het Instituut, dat de vergunning vervangt, eventueel na onderzoek van de aangevoerde omstandigheden, door een vergunning met een ander uniek identificatienummer.


Dit was in het oude KB opgenomen in Art. 11.

Art. 10.
§ 1. Het Instituut kan op elk ogenblik de vergunning van een privaat radiostation schorsen of intrekken, onder meer wanneer de titularis:
1° de voorwaarden niet naleeft waaronder die vergunning werd afgegeven;
2° weigert maatregelen te treffen die zijn voorgeschreven om door zijn radiostation veroorzaakte storingen op te heffen;
3° de bij toepassing van artikel 37 verschuldigde rechten niet binnen de vastgestelde termijnen betaalt.
§ 2. De schorsing of de intrekking wordt aan de titularis met een ter post aangetekende brief medegedeeld.
§ 3. De schorsing of de intrekking geeft geen aanleiding tot enige vergoeding, noch tot terugbetaling van het jaarlijks recht.


In het oude KB stond onder Art 16 dat de minister of zijn gemachtigde... nu wordt er rechtstreeks naar het BIPT verwezen. Dit alles wil zeggen dat het BIPT zogezegd administratieve maatregelen kan nemen buiten het gerecht om wanneer men zich niet houdt aan de voorwaarden van de radioamateurvergunning die zijn vastgelegd in het MB van de radioamateurs.

Art. 11. Ieder onrechtmatig gebruik van een vergund privaat radiostation zelfs door een andere persoon dan de houder van de vergunning, heeft de onmiddellijke intrekking van die vergunning tot gevolg.


Dit was in het oude KB opgenomen in Art. 13. Het wil zeggen dat de radioamateur verantwoordelijk blijft mocht een niet-vergunde persoon zijn station bedienen.

Art. 12. Het is aan de gebruiker van een privaat radiostation verboden:
1° radioberichten uit te zenden die geen betrekking hebben op de specifieke activiteiten waarvoor het gebruik van dit radiostation werd toegestaan;
2° uitzendingen te verrichten die een publicitair karakter hebben;
3° het zendstation buiten de toegelaten karakteristieken te gebruiken.


1º is nieuw, maar weinig specifiek. Het wil wel zeggen dat veel zaken die we wel eens horen op een repeater niet aan deze regel voldoen.

Art. 14. § 1. Een vergunning van de 5e categorie wordt alleen verleend aan natuurlijke personen ouder dan 13 jaar die houder zijn van een radioamateur operatorgetuigschrift of aan radioamateurverenigingen.
§ 2. Indien de aanvrager van een vergunning van de 5e categorie een natuurlijke persoon is die minder dan achttien jaar oud is, is de afgifte van de vergunning afhankelijk van de schriftelijke instemming van de vader, van de moeder, van de voogd of van de persoon die er materieel zorg voor draagt.


Deze bepaling is vandaag ook opgenomen in het MB van de radioamateurs (Art. 7). Hier gaat het over de minimumleeftijd voor het bekomen van een vergunning, niet over het deelnemen aan een examen.

Art. 15. § 1. Het Instituut kent een roepnaam toe aan de individuele vergunde private radiostations en aan de vergunde private radiostations van de radionetten die gemachtigd zijn in radiotelefonie uit te zenden.
...
Het Instituut kan de roepnaam te allen tijde op gemotiveerde wijze wijzigen.


Op heden staat in het MB van de radioamateurs dat het BIPT een roepnaam toekent (Art. 18 e), en dat de roepnaam door het BIPT kan worden gewijzigd (Art. 8, 7e). BIPT zal nooit uit willekeur een roepnaam wijzigen, het kan alleen om zeer gegronde redenen (vb vroegere ON2’s werden ON3).

Art. 16. § 1. Al wie onverwachts in het bezit komt van een radiostation van de 5e categorie zonder persoonlijk gemachtigd te zijn het te houden of het te gebruiken beschikt, van het ogenblik af dat het houden aanvangt, over een termijn van zestig dagen om de vergunning aan te vragen, ofwel om dit radiostation te doen werken, indien hij de vereiste voorwaarden vervult, ofwel om het te houden gedurende de tijd nodig om een verwerver te vinden die behoorlijk gemachtigd is het te gebruiken.
Dit radiostation mag niet werken zolang de houder daarvoor geen vergunning heeft verkregen.
Na de termijn van zestig dagen, wordt het niet geregulariseerd houden vatbaar voor de maatregelen waarin de wet voorziet.


Dit werd vroeger behandeld in Art. 15 §2 van het MB.

Art. 19. De radiostations en radionetten die op de collectieve frequenties werken genieten van geen enkele bescherming tegen om het even welke storingen van een andere rechtmatige gebruiker.

Om de wederzijdse storingen te voorkomen zijn de gebruikers van een gemeenschappelijke of collectieve frequentie verplicht:
1° de duur van hun uitzendingen tot de strikte behoeften te beperken;
2° de commentaren die voor het begrijpen van de uitgezonden boodschappen nutteloos zijn te vermijden. Elke poging om een gemeenschappelijke of collectieve frequentie in te palmen ten nadele van de andere gebruikers, ofwel door het uitzenden van signalen, ofwel door elke andere vorm van blokkeren brengt de onmiddellijke intrekking mee van de vergunning om het betrokken radiostation of net te doen werken.


Dit is nieuw: radioamateurs maken gebruik van collectieve frequenties, dit artikel is dus van toepassing. Het lijkt de eerste maal dat de regelgever zich uitspreekt over hoe de radioamateurs zich dienen te gedragen binnen hun frequentiebanden. Op het eerste zicht lijkt het dat het echter niet de bedoeling is de radioamateurs hiermede te viseren. De UBA zal de interpretatie aankaarten met het BIPT.

Art. 35. Elke aanvraag voor een vergunning of een gebruiksrecht geeft aanleiding tot de betaling van een dossierrecht bestemd om de kosten voor het onderzoek van het dossier te dekken. Elke aanvraag tot wijziging van de vergunning of het gebruiksrecht geeft aanleiding tot de betaling van een bedrag dat de helft bedraagt van het dossierrecht.
De dossierrechten worden vermeld in bijlage 1.


In het vervallen MB werd dit gedekt in art. 21. De nieuwe formulering laat toe dat het BIPT een dossierrecht aanrekent voor elke wijziging van een vergunning, bijvoorbeeld ook voor het toekennen van een tijdelijke speciale call of speciale suffix. In het oude KB spreekt men alleen van een dossierkost bij het aanvragen van een vergunning.

Art. 36. 65-plussers, minderjarigen en personen waaraan een bestendige invaliditeit of werkonbekwaamheid van ten minste 80 % werd toegekend, kunnen vrijgesteld worden van de betaling van het recht vermeld in artikel 35 voor de vergunningen betreffende de individuele radiostations van de 5e categorie. Voor de personen met een bestendige invaliditeit of werkonbekwaamheid wordt deze vrijstelling toegestaan op vertoon van een certificaat afgegeven door de bevoegde overheid of een kopie ervan, dat het percentage van de bestendige invaliditeit of werkonbekwaamheid vermeldt.


In het vorige MB was er alleen sprake van invaliditeit; op aanvraag van de UBA is de vrijstelling van dossierrecht ook bekomen voor 65-plussers. De vrijstelling van examengeld wordt hier niet meer besproken omdat dit zal gebeuren in het komende KB voor de radioamateurs (dat het MB van de radioamateurs zal vervangen, target einde 2010).

Art. 37. Onverminderd het dossierrecht bepaald in de artikelen 35 en 36 betalen de titularissen van een vergunning of een gebruiksrecht een jaarlijks recht dat bestemd is om de kosten voor controle van de radiostations en -netten en het toezicht op de uitzendingen te dekken. Dit recht wordt bepaald overeenkomstig bijlage 1 bij dit besluit.


Dit betreft de zogenaamde controletaks, die voortaan voor alle radioamateurs gelijk zijn en gevoelig gedaald voor de houders van de HAREC-vergunning (- 32%).

Art. 41. De in het artikel 37 bedoelde rechten betreffende de radiostations en radionetten die in dienst zijn op 1 januari van een jaar, zijn verschuldigd voor dat hele jaar en worden uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van de factuur betaald.
De rechten betreffende de in de loop van het jaar in dienst gestelde radiostations en -netten zijn maar verschuldigd naar rata van het aantal tot 31 december nog te lopen maanden; elke begonnen maand wordt voor een volle maand gerekend. In dit geval, moeten zij worden betaald binnen de termijn vastgesteld door het Instituut.


Vervangt Art. 23 van het vorige KB. Inhoudelijk zijn er geen veranderingen.

Art. 42. Wanneer het Instituut een tijdelijke vergunning verleent om een individueel radiostation of een radionet te doen werken, wordt het recht bedoeld in artikel 37 berekend naar rata van de geldigheidsduur van de vergunning; elk gedeelte van een maand wordt voor een volle maand gerekend. In dit geval wordt de factuur betaald overeenkomstig artikel 41, 2e lid.


Vervangt Art. 24 van het vorige KB. Inhoudelijk zijn er geen veranderingen.

Art. 43. De buitendienststelling van een individueel radiostation of van een radiostation van een radionet wordt als effectief beschouwd op de datum waarop de vergunning opgezegd wordt per aangetekend schrijven of middels een elektronisch loket.
De stempel van De Post strekt tot bewijs in geval van betwisting betreffende de effectieve datum van buitendienststelling.
Elk radiostation waarvoor de hogerbedoelde vergunningstitel ten laatste op 31 december van een jaar niet werd teruggezonden, wordt verondersteld op 1 januari van het volgende jaar in dienst te zijn gehouden en wordt aan de totaliteit van de jaarlijkse rechten voor dat jaar onderworpen.
De terugzending van een vervallen vergunningstitel ontslaat de titularis geenszins van de verplichting, overeenkomstig artikel 49, laatste lid, bij het Instituut aangifte te doen van de bestemming die aan het buiten dienst gesteld radiotoestel werd gegeven.


Vervangt Art. 25 van het vorige KB. Inhoudelijk zijn er geen veranderingen.

Art. 44. De in dit besluit vermelde bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die verkregen wordt door het indexcijfer van de maand november die voorafgaat aan de maand januari in de loop waarvan de aanpassing zal plaatsvinden, te delen door het indexcijfer van de maand november 2006. Bij de berekening van de coëfficiënt wordt deze afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot de hogere of lagere tien cent.


Dit was in het oude MB opgenomen in Art. 21.

Art. 46.
§ 2. De private houders van radiotoestellen die aan een vergunning onderworpen zijn kunnen een houdersvergunning verkrijgen voor het houden van het geheel van hun toestellen, na aanvraag bij en onderzoek door het Instituut.
Zij geeft aanleiding tot de betaling van een jaarlijks recht, vermeld in bijlage 1.


Indien bvb de houder van een vergunning komt te overlijden kan de familie een houdersvergunning aanvragen in afwachting van het verkopen (of schenken, vernietigen) van de apparatuur waarvoor een vergunning vereist is.

Art. 47. Een houdersvergunning dekt het gebruik van de betreffende toestellen niet, behoudens bij de omstandigheden vermeld in artikel 48, 2°.


Is vanzelfsprekend…

Art. 48. Het Instituut kan op elk ogenblik de houdersvergunning schorsen of intrekken, onder meer wanneer de titularis:
1° de voorwaarden niet naleeft waaronder die houdersvergunning werd afgegeven;
2° de toestellen gedekt door de houdersvergunning gebruikt tenzij om de werking ervan te tonen aan potentiële verkrijgers die in het bezit zijn van een vergunning voor beproeving en voorlopig houden van apparatuur voor radiocommunicatie;
3° de in bijlage 1 verschuldigde rechten niet binnen de vastgestelde termijnen betaalt;
4° de aangifteplicht niet nakomt.
De schorsing of intrekking gebeurt overeenkomstig artikel 10,§§ 2 en 3.


Is vanzelfsprekend…

Art. 50. De Minister bevoegd voor Telecommunicatie bepaalt de voorwaarden betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs.


Dit was in het oude MB opgenomen in Art. 3. De toelatingsvoorwaarden (examens) en de werkingsvoorwaarden (frequenties, vermogen, enz.) worden vandaag nog gespecificeerd in het KB van 9 januari 2001.

Art. 51. § 1. Indien een slecht geregeld of defect radiostation storingen veroorzaakt in de ontvangst van andere radiostations of in de werking van enige andere elektrische inrichting, nemen de controlediensten van het Instituut de noodzakelijke en billijke maatregelen, waaronder ook het buiten werking stellen en de inbeslagname van het radiostation, om een einde te stellen aan de storingen. De houder van het radiostation is verplicht om op eenvoudig verzoek van de controlediensten van het Instituut de storende uitzendingen te schorsen.
§ 2. Als het niet mogelijk is om de regelingen onmiddellijk uit te voeren, kunnen de controlediensten van het Instituut een maximumtermijn van dertig dagen toekennen aan de houder van het radiostation om aan de door het Instituut opgelegde verplichtingen te voldoen. Bij het in gebreke blijven, of in geval van recidive, gaan de controlediensten van het Instituut over tot het buiten werking stellen van het radiostation. Zij kunnen alle maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het radiostation niet opnieuw in werking wordt gesteld. Zij kunnen overgaan tot de inbeslagname van de zender en elk ander voorwerp dat nodig is voor het uitzenden.
De schorsing of de genomen maatregelen worden maar opgeheven na de doelmatige regeling van het zendtoestel en de vaststelling door de controlediensten van het Instituut dat de storing verdwenen is.
§ 3. De controlediensten van het Instituut gebruiken voor de verificatie van de regeling van de radiostations en het verdwijnen van de storingen, de meetapparatuur die zij geschikt achten en alle voor dergelijke metingen algemeen aanvaarde methodes.
Zij mogen eventueel de resultaten aannemen van metingen die werden verricht door andere, al dan niet onder hun toezicht opererende, organisaties.
§ 4. Om de controlediensten van het Instituut in staat te stellen hun controleopdrachten uit te voeren, verschaft elke houder van een radiostation hen de toegang tot zijn radiostations en vergemakkelijkt hij hun taak met behulp van alle beschikbare middelen.


Dit was in het oude MB opgenomen in Art. 31.

Art. 52. § 1. Klachten betreffende radiostoringen worden ingediend bij het Instituut.
Dit onderzoekt de gegrondheid ervan, verricht opzoekingen bestemd om de verantwoordelijkheden vast te stellen en schrijft, eventueel, de passende maatregelen voor om de storingen te verhelpen.
§ 2. Wanneer deze storingen veroorzaakt worden door een elektrische, radio-elektrische of andere installatie of gedeelte van installatie, en de oorzaak ervan hetzij een ontwerp- of constructiefout, eventueel ook een wijziging, hetzij een slecht onderhoud of gebruik ofwel een defect is, moet de verantwoordelijke gebruiker op zijn kosten de herstellingen of aanpassingen uitvoeren die nodig zijn om deze storingen op te heffen.
§ 3. Als het niet mogelijk is om de regelingen onmiddellijk uit te voeren, kunnen de controlediensten van het Instituut een maximum-termijn van dertig dagen toekennen aan de houder van de installatie om aan de door het Instituut opgelegde verplichtingen te voldoen. Bij het in gebreke blijven, of in geval van recidive, gaan de controlediensten van het Instituut over tot de buitenwerkingstelling van de installatie. Zij kunnen alle maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de installatie niet opnieuw in werking wordt gesteld en zij kunnen overgaan tot de inbeslagname van de installatie en elk ander voorwerp dat nodig is voor het gebruik ervan.
De schorsing of de genomen maatregelen worden maar opgeheven na de doelmatige regeling van de apparatuur of de installatie en de vaststelling door de controlediensten van het Instituut dat de storing verdwenen is.
§ 4. De controlediensten van het Instituut gebruiken voor de verificatie van de regeling van de apparatuur en de installatie en het verdwijnen van de storingen, de meetapparatuur die zij geschikt achten en alle voor dergelijke metingen algemeen aanvaarde methodes.
Zij mogen eventueel de resultaten aannemen van metingen die werden verricht door andere al dan niet onder hun toezicht opererende organisaties.
§ 5. De voorschriften van dit artikel zijn maar van toepassing op de storingen vastgesteld in of ten gevolge van de radio-elektrische installaties aangelegd overeenkomstig de beste regels van de techniek, onder andere die welke zich juist opdringen om de bescherming tegen dergelijke storingen te waarborgen. Zij doen in geen geval afbreuk aan de reglementaire voorschriften inzake elektromagnetische compatibiliteit en de conformiteit van apparatuur.


Dit was in het oude MB opgenomen in Art. 32.

Art. 53. Worden opgeheven:
1° het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen;


Dit artikel stelt het vervallen van het vorige MB.

Art. 55. Dit besluit treedt in werking op 1 januari volgend op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.


Gaat dus in op 1 januari 2010. De UBA heeft afgesproken met het BIPT dat gedurende een 3-tal maanden geen vragen die verband houden met dit nieuwe KB zullen worden gesteld bij de examens voor radioamateur. Nieuwe vragen over het nieuwe KB zijn in voorbereiding.

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen

Artikel 1. Op de private radiostations zijn de volgende rechten van toepassing:
… 5° Individuele radiostations van de 5e categorie.
Het jaarlijks recht dat op deze stations betrekking heeft, bedraagt: - 1,2695 × 32 euro voor het geheel der zendstations.


Controlekosten (voor 2010):

Cat. A: (ON4-9) was 59,88 Euro, wordt 40.62 Euro (-32%),
Cat. B: (ON1) was 45,00 Euro, wordt 40,62 Euro (-10%),
Cat. C: (vroegere ON2, nu ON3) was 30,00 Euro, wordt 40.62 Euro (+35%).
Let op: elk jaar worden deze prijzen geïndexeerd.

Artikel 2. Op de houdersvergunningen zijn de volgende dossierrechten en jaarlijkse rechten van toepassing:
...
2° De dossierrechten per nieuw ingediend dossier bedragen 1,2695 × 25 euro voor de radionetten van 4e, 5e en 6e categorie.


Dossierkosten (voor 2010): was 33,3 Euro, wordt 31,75 Euro (-5%).

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen

Behoeven niet de vergunningen bedoeld in artikel 39, § 1 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie:

1° de radiostations opgesteld aan boord van buitenlandse schepen en luchtvaartuigen die bij gelegenheid in het Rijk binnenkomen, voor zover die radiostations gedekt zijn door een vergunning van de overheid van het land waaronder het schip of het luchtvaartuig ressorteert;

2° de ontvangtoestellen;


Geen vergunning voor ontvangers. Dit wil echter niet zeggen dat men alle frequenties mag beluisteren. In België is het nog steeds zo dat alleen de omroepbanden, de radioamateurbanden, de CB frequenties mogen beluisterd worden alsook andere frequenties voor zover de instantie die op die frequenties uitzendt aan de betrokkene een toelating heeft gegeven (dit kan bvb. voor het ontvangen van weerkaarten e.d.).

3° de amateurstations, gehouden door personen die in het buitenland wonen en minder dan drie maanden in het Rijk verblijven, indien het aanleggen en het doen werken van die radiostations gedekt zijn door een geldige vergunning afgegeven door de overheid van een land dat voorkomt op de door het Instituut gepubliceerde lijst van landen die aanbeveling T/R 61-01 van de « Conférence européenne des Administrations des Postes et Télécommunications », hierna te noemen « CEPT », toepassen.
In die vergunning is ten minste het volgende vermeld:
a) Een aanduiding dat dit document een CEPT-vergunning is.
b) Een verklaring waaruit blijkt dat de houder gemachtigd is om een radiostation te gebruiken in overeenstemming met aanbeveling T/R 61-01 in de landen waar die aanbeveling van toepassing is.
c) De naam en het adres van de houder.
d) De roepnaam.
e) De geldigheidsduur.
f) De naam van de overheid die de vergunning afgegeven heeft.
De houders van die vergunningen mogen alle frequentiebanden gebruiken die in België voor radioamateurs bestemd zijn;


Regelt de reciprociteit in het kader van CEPT (niveau HAREC-vergunning).

4° de amateurstations, gehouden door personen die in het buitenland wonen en minder dan drie maanden in het Rijk verblijven, indien het aanleggen en het doen werken van die radiostations gedekt zijn door een geldige vergunning afgegeven door de overheid van een land dat voorkomt op de door het Instituut gepubliceerde lijst van landen die aanbeveling (05)06 van de « Conférence européenne des Administrations des Postes et Télécommunications », hierna te noemen « CEPT », toepassen.
In die vergunning is ten minste het volgende vermeld:
a) Een aanduiding dat dit document een CEPT-vergunning is.
b) Een verklaring waaruit blijkt dat de houder gemachtigd is om een radiostation te gebruiken in overeenstemming met aanbeveling (05)06 in de landen waar die aanbeveling van toepassing is.
c) De naam en het adres van de houder.
d) De roepnaam.
e) De geldigheidsduur.
f) De naam van de overheid die de vergunning afgegeven heeft.
De houders van die vergunningen mogen alle frequentiebanden gebruiken die in België voor radioamateurs titularis van een basisvergunning bestemd zijn;


Regelt de reciprociteit in het kader van CEPT (niveau novice – basis-vergunning).

6° elke buitenlandse radioamateur die in de hoedanigheid van tweede operator uitzendt door middel van het radiostation van een Belgische vergunninghouder en die voldoet aan de volgende voorwaarden:
a) houder zijn van een voor eensluidend verklaard afschrift van de in het buitenland afgegeven vergunning of een door de bevoegde buitenlandse administratie afgeleverd attest dat bewijst dat het niveau van het in het buitenland afgelegde examen gelijkwaardig of hoger is dan dat van het examen opgelegd aan de operatoren van de Belgische amateurstations;
b) niet meer dan dertig dagen in de loop van eenzelfde jaar aanwezig zijn bij het betreffende amateurstation;
c) geen woon- of verblijfplaats in België hebben;
d) zich als volgt aankondigen: de roepnaam van het gebruikte radiostation, gevolgd door het woord « operator » en de roepnaam van de buitenlandse radioamateur;
e) ervoor zorgen dat al zijn uitzendingen in het dagboek van de Belgische vergunninghouder ingeschreven worden onder de vermelding « operator » gevolgd door zijn roepnaam;
f) uitsluitend uitzenden in aanwezigheid en onder de verantwoordelijkheid van de Belgische radioamateur die houder is van de vergunning;


Regelt de toelating van een toevallige bezoekende radioamateur om het station van een Belgische radioamateur te bedienen.

De volledige tekst van het nieuw KB is hier PDF logo te bekijken of op de website van het Belgisch Staatsblad. Bekijk de "editie 1" van woensdag 30 december 2009, pag. 82379.